De staartmees doet zijn naam eer aan. (Foto: Peter Elfferich)
De staartmees doet zijn naam eer aan. (Foto: Peter Elfferich)
NATUUR ONDER DE LOEP

Over staartmezen en dopluizen

Actueel 513 keer gelezen

Lansingerland - In de eerste week van het nieuwe jaar kwamen we thuis, na een verblijf van enkele dagen in een vakantiehuisje met onze uitgevlogen dochters. Een groep van een stuk of tien staartmeesjes zat ons voor het huis op te wachten in de kronkelwilg. Altijd leuk, zo’n vederlicht ontvangstcomité!

In de wintermaanden zitten er wel eens vaker staartmezen in onze tuin, maar hun bezoekjes zijn schaars. Na het broedseizoen zwerven ze rond in familiegroepjes van ouders met jongen en verwanten die hebben meegeholpen met het grootbrengen van de jongen. Staartmezen in groepsverband trekken zich weinig aan van de aanwezigheid van mensen, waardoor ze vaak van dichtbij te bewonderen zijn. Ze wegen gemiddeld circa acht gram. Dat is net zo zwaar als een dik goudhaantje: het kleinste vogeltje van Nederland. Staartmezen zijn vrijwel voortdurend op zoek naar voedsel, vooral in de twijgen van bomen en struiken. Hun voedsel bestaat grotendeels uit eitjes en larven van insecten en spinnen. Met hun piepkleine snaveltjes pikken ze die van het oppervlakte van twijgen. Ze schijnen soms olierijke zaden te eten, zoals zonnebloempitten, maar dat heb ik zelf nog nooit gezien. Wel heb ik ze bescheiden hapjes zien nemen van een vetblok ten tijde van strenge vorst. Vorige winter zag ik twee staartmezen die iets eetbaars hadden ontdekt in de takken van onze Deutzia. Naderhand ben ik met een loep gaan kijken wat ze hadden gevonden. Het bleken dopluizen te zijn. Ik heb er een foto van gemaakt en deze gestuurd naar Jan Piet Kaas: een entomoloog gespecialiseerd in de biologische gewasbescherming (Bio Pré). De reactie van Jan Piet: “Er zijn verschillende soorten dopluis in Nederland. Ik denk het eerst aan Pulvinaria, maar die krijgen later wollige vlokken. Dat zou je moeten afwachten. Een andere soort in Nederland is Eulecanium, maar die zijn heel erg bolvormig en vaak donker. Als ze jong zijn zien ze er ook zo uit. Deutzia is niet bekend als waardplant voor dopluizen, dus daar kom ik niet verder mee. Laat je niet misleiden door plaatjes op internet, want de jongere stadia zien er uit zoals je ze zelf hebt gefotografeerd. Pas later in het jaar worden de verschillen zichtbaar.” Op internet lees ik dat Pulvinaria hydrangeae tot de wollige dopluizen behoort. Deze dopluizen leven op Hortensia’s. Waarschijnlijk betreft het deze soort, want vlak naast onze Deutzia groeit een Hortensia, die in de zomer stampvol wollige dopluizen bleek te zitten. De staartmezen hadden wat mij betreft wel wat beter hun best mogen doen als biologisch bestrijders in de Hortensia!

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Uit de krant

Uit de krant